In 2026 wordt de honderdste geboortedag van Ton de Leeuw gemarkeerd. Tijdens Gaudeamus Muziekweek presenteren het New European Ensemble en The Hague Vocal Ensemble, onder leiding van Angeliki Ploka, een programma waarin De Leeuws opvatting van muziek als rituele handeling centraal staat.
Midare, geschreven voor de Japanse marimbaspeler Michiko Takahashi, is een virtuoze verkenning van het instrument. De titel (‘vrij’, ‘onorthodox’) verwijst naar de open opzet van het werk, waarin uiteenlopende speeltechnieken samenkomen en de grenzen van het uitvoerbare worden opgezocht.
In Invocations staat de relatie tussen tekst, klank en betekenis centraal. De Latijnse teksten zijn voornamelijk ontleend aan de Psalmen en de Missa pro defunctis, en structureren het werk van het De profundis clamavi ad te via het Libera me, Domine naar latere aanroepingen als Miserere mei. Een instrumentale interlude vormt een keerpunt, waarna de Gregoriaanse melodie wordt geïntroduceerd en verder uitgewerkt, met een prominente rol voor zowel koor als solostem. Het werk mondt uit in een afsluitend Amen.
Invocations is opgevat als het derde deel van een trilogie, naast Car nos vignes sont en fleur en And they shall reign for ever (beide 1981). De drie werken zijn verbonden door hun bijbelse teksten en door een gedeelde muzikale benadering, die De Leeuw zelf omschreef als ‘verwijde modaliteit’: een cyclisch gestructureerd klankveld, mede geïnspireerd door niet-westerse tradities zoals raga, maqaam en patet. In deze muziek verschijnt klank niet als louter vorm, maar als drager van een dieper, samenhangend geheel.